Corporate governance

Milieuduurzaamheid verdwijnt niet meer van de bestuursagenda  

Milieuduurzaamheid als bestuursonderwerp: een onderzoek door Diligent Institute

Steeds vaker krijgen we te maken met extreme weersomstandigheden, grondstoffen worden schaarser, de energievoorziening moet groener, de nadelige gevolgen van een nakende klimaatverandering manifesteren zich steeds duidelijker… Aan alle maatschappelijke geledingen wordt gevraagd om de milieuproblematiek ernstig te nemen. Ook raden van bestuur ervaren een toenemende druk van al hun stakeholders om qua milieuduurzaamheid meer betrokkenheid en initiatief aan de dag te leggen. Redenen genoeg voor de gloednieuwe denktank “Diligent Institute” om eens te peilen naar wat bestuurders hier vandaag over denken. 

Eerste enquête

Het rapport “Winds of Change: Environmental Sustainability Rises to the Board Level” is net uit. Het brengt een verslag van een peiling bij 447 respondenten uit heel de wereld, actief in zowel grote als kleine bedrijven en diverse sectoren. Diligent Institute had zich voorgenomen om vooral deze drie overkoepelende vragen te behandelen:

  1. In welke mate komen milieu- en duurzaamheidsvraagstukken aan bod op het bestuursniveau?
  2. Wat zet bestuurders er toe aan om in hun toezichtstaak rekening te houden met milieu- en duurzaamheidskwesties?
  3. Hoe verloopt het bestuurlijk toezicht op het milieuduurzaamheidsbeleid in de praktijk?

We namen het even voor u door om te leren hoe raden van bestuur hun ‘milieuduurzaamheidsbeleid’ organiseren. Dat gaat over “alles wat verband houdt met milieueffecten of beheer van het milieu, met inbegrip van maar niet beperkt tot klimaatverandering, grondstoffenschaarste, lucht- of waterverontreiniging, afvalverwijdering en ontbossing”. 

Duurzaamheidsgovernance

Een spijtige vaststelling valt meteen op: Ondanks de grote frequentie en het hoge niveau van de bestuurlijke discussies hierover geeft bijna de helft van de respondenten aan dat hun bestuur (nog)  geen eigen formeel milieuduurzaamheidsbeleid ontwikkeld heeft of zich als bestuur (nog) niet geroepen voelt om hierin de leiding te nemen. 25% stelt dat milieu- en duurzaamheidskwesties nog in het geheel niet opgevolgd worden en 10% beweert het niet te weten.

Voor wie er nog aan twijfelde: Diligent Institute stelt dat milieuduurzaamheidsvraagstukken wel degelijk op het hoogste bestuursniveau aan bod moeten komen. Want in deze onzekere tijden moeten raden van bestuur hierover een duidelijk (risico-)beleid ontwikkelen. Net als de wetenschappers weten de bestuurders dat de milieuproblemen de eerste jaren niet snel zullen verdwijnen. De raden van bestuur ontwikkelen dus best een eigen proactieve duurzaamheidsgovernance om zo de milieudoelen te bereiken. 

Waarom?

Die tweede vraag was heel interessant. In de peiling geven de bestuurders omwille van diverse redenen prioriteit aan deze kwesties, maar hun 3 belangrijkste motieven zijn overduidelijk ‘maatschappelijke impact’, ‘levensvatbaarheid op lange termijn’ en ‘reputatierisico’. Verrassend genoeg misschien wezen slechts 9% van de bestuurders “investeerdersdruk” aan als een motivator.

Maar liefst 40 procent van de bestuurders gaf aan dat ‘maatschappelijke impact’ een belangrijke reden was om milieuduurzaamheid serieus te nemen: zij willen dat hun bedrijfsactiviteiten meer ten goede komen aan het grote publiek.

De tweede meest gekozen motivator was ‘langetermijncontinuïteit’. 37% van de bestuurders beschouwen deze duurzaamheid als een sleutel voor de toekomst van hun business. Zij weten of vrezen dat milieu- en klimaatbeslommeringen in toenemende mate een existentiële bedreiging uitmaken voor verschillende industrietakken.

Voorrang voor de langetermijncontinuïteit houdt ook in dat een discussie over milieu en duurzaamheid meteen centraal gekaderd wordt in het strategisch plan en niet langer als een nevenproject beschouwd wordt. Een robuuste milieuduurzaamheid vergt nu eenmaal een meer holistische, langetermijnaanpak. Van de bestuurders die al langer gewend waren dat ‘milieugovernance’ en duurzaamheid regelmatig aan bod kwamen koos zelfs 58%  voor deze ‘levensvatbaarheid op lange termijn’ als belangrijkste motivator, terwijl ‘slechts’ 42%  van hen ‘maatschappelijke impact’ als belangrijkste reden selecteerde.

35% van de bestuurders vervolgens wees ‘reputatierisico’ aan als een belangrijke reden om de bestuursraad bij het milieuduurzaamheidsbeleid te betrekken. Het vermijden van reputatieschade is voor bestuurders een klassiek argument om milieuveiligheidsrisico’s binnen een bedrijf onder controle te houden. Velen hebben hun lesje geleerd uit het gebrekkig toezicht dat al verschillende bedrijven de das omdeed.

De andere maar dus in veel kleiner aantal gekozen redenen waren (in dalende orde):  klantenbetrokkenheid, aankomende regulering, strategische opportuniteit, retentie van medewerkers,  huidige regulering, financiële performantie, druk van de investeerders en toegang tot kapitaal. 

Meer lezen over duurzaamheid en bestuur

MVO, PPP, duurzaamheidsgovernance,… Er zijn vele benoemingen voor dit thema. Lees verder over MVO en governance in ons blogartikel en het Forresteronderzoek (in opdracht van Diligent).

Perspectief

De organisatie van een “duurzaamheidsgovernance” in bedrijven is inmiddels in volle ontwikkeling en voorwerp van vele boeiende debatten. Maar momenteel komt een en ander nog wat onoverzichtelijk over omdat alle bedrijven zich in verschillende trajectstadia bevinden. De wereldwijde resultaten van de enquête variëren vandaag dus erg naargelang de nationaliteit, de sector, de bedrijfsomvang, het ecosysteem en het organisatietype. Maar het gaat de goede kant uit: sommigen lopen duidelijk voorop en treden op als voorbeeldige milieuvoorvechters, anderen weten dat ze dringend een tandje moeten bijsteken. Deze reflectievragen van Diligent kunnen daarbij zeker behulpzaam zijn:

  1. Hoe groot is onze huidige ecologische voetafdruk? Verschilt deze tussen de verschillende bedrijfsonderdelen en dochterondernemingen?
  2. Welke feedback geven onze bestuurders, investeerders, aandeelhouders, klanten, werknemers en andere belanghebbenden aan onze duurzaamheidsbenadering?
  3. Hebben wij al specifieke duurzaamheidsdoelstellingen en -beleidslijnen ontwikkeld? In welke mate kunnen we onze prestaties al nauwkeurig meten en rapporteren?
  4. Gebruiken wij een goede methode om onze ecologische voetafdruk te meten en te evalueren?
  5. Beschikken wij als bestuurders over de juiste expertise om milieuduurzaamheid te bespreken? Wie moeten we eventueel extra uitnodigen om de discussie op een hoger niveau te brengen?
  6. Doen wij (al) aan milieuduurzaamheidsrapportering en hoe efficiënt is onze aanpak? En als we nog geen rapportering doen, moeten we dit dan overwegen?
  7. In welke mate beïnvloeden de maatschappelijke vraagstukken en bijhorende risico’s van milieuduurzaamheid ons bedrijfsresultaat? 

Nu!

Maar over de vele risico’s, de uitdagingen en de noodzakelijke marsrichting hoeft eigenlijk niet langer gepalaverd te worden. De ondernemingen en hun bestuurders beseffen maar al te goed dat ze deze verantwoordelijkheid structureel moeten aanpakken. Een meerderheid stelt zich zeker open voor meer samenwerking en verdere verdieping. Vele raden van bestuur zoeken momenteel actief naar de best mogelijke organisatievorm en de meest zinvolle aanpak om hun milieu- en duurzaamheidsbeleid zo efficiënt mogelijk te structureren voor hun aandeelhouders en andere belanghebbenden. Ja, elke organisatie moet dat wel voor zichzelf uitvissen.

Hoedanook, het milieuthema staat nu wereldwijd op de agenda. Het is hoog tijd om daar nu ook een verstandige “duurzaamheidsgovernance” aan toe te voegen in de bedrijfswereld. Per slot van rekening gaat het niet alleen om milieu en duurzaamheidstoezicht en zo mogelijk een transparante duurzaamheidsrapportering, maar ook vooral om een maatschappelijk verantwoord bedrijfsbeleid en waardecreatie op de lange termijn!

 

 

AANBEVOLEN BLOGS