Corporate governance

Hoe corporate governance in Europa kan veranderen na de Brexit

Hoe corporate governance kan veranderen door Brexit

De Brexit is meer dan enkel het politieke uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
Het omvat ook het zorgvuldig ontwarren van de nauw met elkaar verweven juridische en financiële grondslagen van beide unies. Bij dit langdurige proces herevalueren een aantal toezichthouders en zakelijke leiders de invloed die Groot-Brittannië historisch gezien heeft gehad op het doen en reguleren van zaken binnen Europa.

De timing van de Brexit heeft vragen opgeworpen over het feit of de invloed van het Verenigd Koninkrijk nog past bij de manier waarop bedrijfsvoering en corporate governance vorm moeten krijgen in de 21e eeuw. Het loskomen van het Verenigd Koninkrijk betekent een natuurlijk keerpunt voor de Europese Unie waarbij de functies en huidige verantwoordelijkheden van bedrijven opnieuw onder de loep worden genomen, en bestuursstructuren dienovereenkomstig moeten veranderen. In dit verband schreef het International Corporate Governance Network (ICGN) in april 2017 dat breuklijnen die na de Brexit ontstaan de benadering van corporate governance in de Europese Unie behoorlijk op zijn kop kunnen zetten. Hierbij spelen onder meer de volgende overwegingen een rol.

Drie benaderingen voor corporate governance in Europa

Om te proberen de mogelijke veranderingen te begrijpen, moeten we eerst kijken naar de bestuursstijlen die in Europa bestaan.

Er zijn drie overheersende modellen voor corporate governance: One-tier (ook bekend als het Anglo-Amerikaanse model), two-tier (het model dat wij in Nederland traditioneel hantereerden, ookwel het Duitse model genoemd) en het Noord-Europese model, dat kan worden aangeduid als een eigendomsmodel. Ondernemingen in veel Europese landen kunnen kiezen tussen one-tier en two-tier besturen. Het overzicht per land staat vermeld op pagina 40 van ‘A Guide to Corporate Governance Practices in the European Union’ van de Wereldbank.

3 Corporate Governance modellen in de Europese Unie

Screenshot van A Guide to Corporate Governance Practices in the European Union, World Bank

Het Anglo-Amerikaanse/one-tier model: dit model wordt in verschillende landen, waaronder de VS, gehanteerd en stelt de belangen van aandeelhouders voorop, soms zelfs boven die van het bedrijf zelf. Om deze reden merkte het ICGN op dat deze benadering “mogelijk kritischer in het oog moet worden gehouden, aangezien de verwachtingen van investeerders bedrijven aanzetten tot onevenredig korte termijnplanningen die nadelig kunnen zijn voor de duurzaamheid op lange termijn.”

One-tier besturen in het Verenigd Koninkrijk hebben over het algemeen tussen tien en twaalf leden, waaronder zowel uitvoerende als niet-uitvoerende bestuurders. Er is echter sprake van een algemene trend om one-tier besturen kleiner te maken. Volgens een bericht in The Wall Street Journal hebben enkele van de meest winstgevende bedrijven in de VS kleinere, meer flexibele besturen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Apple en Netflix die beiden een bestuur hebben van minder dan tien leden.

Het Duitse/two-tier model: dit model wordt gekenmerkt door de manier waarop het bestuur is verdeeld in twee verschillende organen, zoals een managementorgaan en een toezichthoudend orgaan. Aandeelhouders wijzen leden aan voor het toezichthoudende orgaan, dat bestaat uit onafhankelijke bestuurders. Het toezichthoudende orgaan wijst vervolgens leden aan voor het managementorgaan, allen uitvoerende bestuurders. “Een lid van het ene orgaan kan geen lid zijn van het andere orgaan. Daardoor bestaat er een duidelijke scheiding tussen management en bestuur”, aldus de Wereldbank. Duitsland heeft de grootste ondernemingsbesturen in Europa, met een gemiddelde van 17 bestuurders in de management- en toezichthoudende organen samen. Andere landen die het two-tier model hanteren, hebben kleinere besturen.

Het Noord-Europese model: bij dit type corporate governance wordt veel moeite gedaan om management en besturen gescheiden te houden. Besturen hebben over het algemeen ongeveer acht leden en bestaan voornamelijk uit niet-uitvoerende bestuurders. De leden van besturen kunnen werknemers zijn, medewerkers van andere bedrijven die advies kunnen geven, aandeelhouders en andere belanghebbenden. De Boston Consulting Group schreef in haar rapport over 2016, ‘How Nordic Boards Create Exceptional Value’, dat dit model een hiërarchie creëert die het bestuur uiteindelijk de macht geeft om “met een mandaat van de aandeelhouders direct invloed uit te oefenen op het management”. Maar het model beperkt tevens de mogelijkheid van het bestuur om executives te ontslaan en een veto uit te spreken over bepaalde managementbeslissingen.

“Door middel van dit mechanisme brengt het Noord-Europese model de drijfveren van het management op één lijn met die van de aandeelhouders, en realiseert zo een effectieve balans tussen het nemen van risico’s en stabiliteit”, geeft de BCG aan.

Het Zweedse Centre For Business and Policy Studies beschrijft het Noord-Europese model als “een model dat is ontworpen om sterke eigenaren in staat te stellen hun bedrijven zoveel mogelijk in eigen regie te besturen, in de overtuiging dat dergelijke eigenaren sterkere drijfveren hebben” om het bedrijf op lange termijn succesvol te laten zijn.

Om deze reden werd het Noord-Europese model uitgeroepen tot ‘beste ter wereld’ door Business Insider.

Vraag een demo aan van de nieuwe governance-oplossing van Diligent, de Governance Cloud.
Dit is een geheel van governance-gerelateerde tools die aan uw behoeften op het gebied van governance voldoen, om op het hoogste niveau te besturen.

De Brexit-context

Het verlaten van de Europese Unie door het Verenigd Koninkrijk heeft ervoor gezorgd dat veel lidstaten het gebruik van het populaire Anglo-Amerikaanse model uit het VK heroverwegen. Het ICGN merkte op dat de Brexit een discussie zou kunnen doen ontstaan omtrent ‘soft law’ versus ‘hard law’. Dat zou er op zijn beurt toe kunnen leiden dat het Duitse of Noord-Europese model vaker wordt ingevoerd.

Het Anglo-Amerikaanse model voor corporate governance is gebaseerd op ‘common law’, het juridische systeem van het Verenigd Koninkrijk en veel van de voormalige koloniën van het land, inclusief de VS (behalve Louisiana) en Canada (behalve Quebec). Binnen de context van common law wordt een vrijwillige governance code gebruikt, ook wel bekend als ‘comply or explain’. Kort samengevat worden bij deze benadering geen specifieke governancepraktijken voorgeschreven. In plaats daarvan worden niet-verplichte richtlijnen opgesteld en aanbevelingen gedaan. Zonder controle zouden besturen zich uitzonderlijk vergaande bevoegdheden kunnen toe-eigenen.

Maar in de context van de Brexit kan de effectiviteit van ‘comply or explain’ worden aangevochten door toezichthouders van de EU. Het merendeel van Europa hanteert civiel recht, en niet common law. De gecodificeerde, ‘hard law’ civiele benadering, waarbij de procedure uitvoerig wordt gedocumenteerd, is volgens het ICGN een onnatuurlijke combinatie met de ‘soft law’ benadering van ‘comply or explain’.

In het Europa van na de Brexit kan dit fundamentele verschil worden versterkt door een verschuiving weg van machtige aandeelhouders en een beweging richting een strakker regelgevend kader wat betreft corporate governance. Meerdere gevallen van misdrijven door ondernemingen en onethische zakelijke praktijken in de afgelopen decennia (met name tijdens de bankcrisis van 2008) hebben geleid tot discussies omtrent het feit of ‘comply or explain’ voldoende toezicht mogelijk maakt, in het bijzonder bij externe belanghebbenden.

Governancestijlen in een veranderende wereld

Deze zakelijke misdrijven hebben ertoe geleid dat overheden zich bezinnen op de rol van ondernemingen. Is het belangrijkste doel van een bedrijf het maximaliseren van de waarde voor aandeelhouders, of heeft een bedrijf een grotere, complexere maatschappelijke verantwoordelijkheid? Die vraag is extra relevant geworden doordat overheden en gemeenschappen worstelen met de neveneffecten van zakelijke activiteiten die hebben geleid tot aantasting van het milieu, een uittocht van het platteland naar de stad en verlies van banen. Factoren zoals deze hebben bijgedragen aan een algemene trend van wantrouwen richting bedrijven, zoals beschreven door The Atlantic. De timing van deze vragen valt nu samen met de Brexit en die samenloop (in combinatie met de vraag van het publiek om een grotere verantwoordingsplicht van bedrijven) heeft ervoor gezorgd dat toezichthouders, bedrijven en het publiek opnieuw zijn gaan kijken naar de manier waarop besturen zijn gestructureerd en wie er zitting heeft in een bestuur.

Naast de verantwoordingsplicht van bedrijven is er tevens de bijkomende complexiteit van hoe bedrijven kunnen worden aangemoedigd flexibel genoeg te blijven om te innoveren met het razende tempo van de 21e eeuw. De wens om besturen kleiner en flexibeler te maken en tegelijk externe belanghebbenden te betrekken, zou ertoe kunnen leiden dat het Noord-Europese of een soortgelijk model vaker gaat worden ingevoerd.

Het is natuurlijk onmogelijk nauwkeurig te voorspellen hoe corporate governance zich in de komende decennia zal ontwikkelen binnen Europa. Maar één ding is duidelijk: recente politieke gebeurtenissen zoals de Brexit zijn mogelijk de perfecte kans voor bedrijven, overheden en gemeenschappen om hun relaties tot elkaar opnieuw onder de loep te nemen.

AANBEVOLEN BLOGS